228

havo onderbouw en bovenbouw


Leerjaar 1
Leerjaar 2
Leerjaar 3
Leerjaar 4 en 5

De havo-leerling behoort op de basisschool tot de betere leerlingen in zijn groep. Hij leert gemakkelijk, heeft een goed verstand, maar wil tegelijkertijd ook praktisch aan de slag. Denken en doen zijn bij deze leerling beide sterk ontwikkeld en strijden om de voorrang. Hij is geneigd om plannen direct om te zetten in daden, leert door trial and error en ziet aan het resultaat hiervan, wat zijn volgende stap zal zijn.

Voor een havo-leerling is een goed contact met de leerkracht en een prettige sfeer in de klas essentieel. Hij werkt meestal graag met anderen samen. In ieder geval studeert en werkt hij met plezier als hij weet, dat het zinvol is. Bovendien moet hij het gevoel hebben, dat de taken die hij opgedragen krijgt ook te doen zijn.

De havo-leerlingen van nu zijn de aanstuurders van morgen: mensen die de werkvloer goed kennen en daarin nuttig werk kunnen doen, van aanpakken weten, maar die tegelijkertijd het overzicht hebben om aan een aantal mensen leiding te kunnen geven.

In deze karakterschets herkennen veel havo-leerlingen zich.

In ons onderwijs laten we de havo-leerling tot zijn recht komen, door met deze kenmerken rekening te houden.

Brugklassers vinden door het introductieprogramma, door de opvang door de mentoren en door de kleinschaligheid snel hun plekje op hun nieuwe school.