256

Vmbo/mavo

De kandidaat is geslaagd, indien hij:

  • gemiddeld een voldoende haalt voor het centraal schriftelijk examen. Een kandidaat is dus gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
  • voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer haalt

– voor al zijn examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, of
– voor ten hoogste één van zijn examenvakken, met uitzondering van het beroepsgerichte vak (zie 10.3.7), het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger; of
– voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald, voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7 of hoger.
– voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7 of hoger.

  • voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijke deel en in de gemengde en theoretische leerweg / mavo voor het sectorwerkstuk de kwalificatie “voldoende” of “goed” haalt.
  • de rekentoets afgelegd heeft ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

Overige bepalingen:

  • Het vak maatschappijleer telt als volwaardig vak mee in de slaag/zakregeling.
  • Bij bovenstaande regeling geldt dat het eindcijfer van het intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg als twee eindcijfers wordt meegerekend. In de basisberoepsgericht en kaderberoepsgerichte leerweg telt het schoolexamen net zo zwaar als het centraal examen.
  • Zodra de uitslag is vastgesteld, deelt de directeur deze samen met de eindcijfers aan iedere kandidaat mede. Hij maakt daarbij melding van de herkansingsmogelijkheid.

Het cijfer van de rekentoets maakt voorlopig nog geen onderdeel uit van de slaag-/zakregeling. Wel komt het cijfer verplicht op de cijferlijst die bij het diploma hoort.

Hoe komt de rekentoets tot stand: dit filmpje geeft u wat meer inzicht.

Slaag/zakregeling havo/vwo

De kandidaat is geslaagd indien hij:

 

  • gemiddeld een voldoende haalt voor het centraal schriftelijk examen. Een kandidaat is dus gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
  • in het havo en vwo ten hoogste één 5 voor het eindcijfer van de kernvakken.
  • op het havo zijn de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
  • op het vwo zijn de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde en rekenen.
  • Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één 5 voor de andere kernvakken behaald mag worden. Een leerling is dus gezakt als a) er meer dan één 5 voor deze vakken wordt gescoord; b) er een 4 of lager voor één van deze vakken wordt gescoord.
  • in de Vernieuwde Tweede Fase:
    a. voor al zijn examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, of
    b. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger; of
    c. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald, voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt.
    d. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald, dan wel één 5 en één vier, voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt
  • voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijke deel de kwalificatie “voldoende” of “goed” haalt.
  • voor havo: de rekentoets afgelegd heeft ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer. Wel komt het cijfer verplicht op de cijferlijst die bij het diploma hoort.
  • voor de vwo-leerlingen telt de rekentoets wel mee in de slaag/zakregeling.

Hoe komt de rekentoets tot stand: dit filmpje geeft u wat meer inzicht.

Overige bepalingen:

  • Bepaalde vakken uit het gemeenschappelijk deel (levensbeschouwing, maatschappijleer, het profielwerkstuk, voor zover zij worden aangeboden op de afdeling) vormen samen een combinatiecijfer. De ondergrens voor deze afzonderlijke vakken is het cijfer 4. De eindcijfers, dus de op een heel getal afgeronde cijfers, worden gemiddeld tot een combinatiecijfer. Het combinatiecijfer zelf wordt afgerond op een heel cijfer. Het telt mee als één cijfer in de slaag/zakregeling en kan dus ook eventuele onvoldoendes compenseren.
  • Zodra de uitslag is vastgesteld, deelt de directeur deze samen met de eindcijfers aan iedere kandidaat mede. Hij maakt daarbij melding van de herkansingsmogelijkheid.

Zie ook artikel 10 in het Examenreglement.