Slaag/zakregeling

Vmbo/mavo
De kandidaat is geslaagd, indien hij:

  • gemiddeld een voldoende haalt voor het centraal schriftelijk examen. Een kandidaat is dus gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
  • voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer haalt

– voor al zijn examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, of
– voor ten hoogste één van zijn examenvakken, met uitzondering van het beroepsgerichte vak (zie 10.3.7), het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger; of
– voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald, voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7 of hoger.
– voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarvan tenminste één 7 of hoger.

  • voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijke deel en in de gemengde en theoretische leerweg / mavo voor het sectorwerkstuk de kwalificatie “voldoende” of “goed” haalt.
  • de rekentoets afgelegd heeft ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

Overige bepalingen:

  • Het vak maatschappijleer telt als volwaardig vak mee in de slaag/zakregeling.
  • Bij bovenstaande regeling geldt dat het eindcijfer van het intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg als twee eindcijfers wordt meegerekend. In de basisberoepsgericht en kaderberoepsgerichte leerweg telt het schoolexamen net zo zwaar als het centraal examen.
  • Zodra de uitslag is vastgesteld, deelt de directeur deze samen met de eindcijfers aan iedere kandidaat mede. Hij maakt daarbij melding van de herkansingsmogelijkheid.

Het cijfer van de rekentoets maakt voorlopig nog geen onderdeel uit van de slaag-/zakregeling. Wel komt het cijfer verplicht op de cijferlijst die bij het diploma hoort.

 

HAVO 

De leerling is

  • geslaagd bij alles 6 of hoger
  • geslaagd bij één 5 en de rest 6 of hoger
  • geslaagd bij één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld tenminste 6,0
  • geslaagd bij twee keer 5 of één 5 en één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld tenminste 6,0
  • gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
  • Daarnaast mogen leerlingen niet meer dan één onvoldoende halen voor Nederlands, Engels en wiskunde. Die onvoldoende mag niet lager zijn dan een vijf. Leerlingen zonder wiskunde mogen slechts één vijf hebben voor Nederlands en Engels.
  • De vakken CKV, levensbeschouwing, maatschappijleer en het profielwerkstuk tellen samen in het combinatiecijfer mee. Voor geen van de vakken van het combinatiecijfer mag je een 3 of lager halen.
  • Het vak lo moet met een voldoende zijn afgesloten.
  • De leerling moet het examen rekenen op 3F niveau gedaan hebben.
  • Het lob-traject moet voldoende afgerond zijn.

VWO 

De leerling is

    • geslaagd bij alles 6 of hoger
    • geslaagd bij één 5 en de rest 6 of hoger
    • geslaagd bij één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld tenminste 6,0
    • geslaagd bij twee keer 5 of één 5 en één 4, de rest 6 of hoger en gemiddeld tenminste 6,0
    • gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
    • Daarnaast mogen leerlingen niet meer dan één onvoldoende halen voor Nederlands, Engels en wiskunde.
      Die onvoldoende mag niet lager zijn dan een 5.
    • De vakken CKV, levensbeschouwing, maatschappijleer en het profielwerkstuk tellen samen in het combinatiecijfer mee.
      Voor geen van de vakken van het combinatiecijfer mag je een 3 of lager halen.
    • Het vak lo moet met een voldoende zijn afgesloten.
    • De leerling moet het examen rekenen op 3F niveau gedaan hebben.
    • Het lob-traject moet voldoende afgerond zijn.

 

 

NIEUWSARCHIEF