Burgerschap en sociale integratie

Je bent 12 of 13 als je als brugklasleerling op het Cambreur begint. Als je hier weggaat met een diploma, dan moet je in staat zijn om al best aardig op eigen benen te staan. Dat betekent dat je hier heel veel moet leren. Niet alleen Nederlands, Engels en wiskunde, maar ook nadenken, plannen, informatie opzoeken, met elkaar op een goede manier omgaan. Kortom: wij leggen samen met je ouders de basis om van jou een Nederlandse medeburger te maken.

Met een mooi woord noemt onze minister dat: burgerschap en sociale integratie.

We hebben geen vak dat zo heet. Maar bij geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer en levensbeschouwing wordt hier veel aandacht aan besteed. Denk ook eens aan Nederlands en de vreemde talen. Daar wordt gelezen, gesproken, geluisterd, geschreven en ook daar gaat het vaak over dingen die in onze maatschappij aan de orde zijn,

Eigenlijk is school een minimaatschappij. Je moet samenwerken met leerlingen met andere meningen, met een ander geloof, met een ander kleurtje. Je mag je mening geven en moet tegelijkertijd rekening houden met de ander. Je bent actief op de sociale media en moet leren wat hier wel kan en wat niet handig is. Je gaat samen op reis, op uitwisseling, op stage of op “bezinningsdagen” en mag jezelf zijn, maar moet je ook aanpassen aan je medereizigers, je gastgezin of het bedrijf waar je stage loopt. Je leert iets over politiek, over democratie en merkt in de praktijk hoe het werkt als je een klassenvertegenwoordiger kiest die voor jou het woord moet doen. Je krijgt een rots&watertraining en leert je mannetje te staan, maar ook om mee te bewegen met een ander.

Allemaal vaardigheden waar je geen punt voor krijgt, maar die misschien nog wel belangrijker zijn dan een 7 voor Duits of scheikunde.

NIEUWSARCHIEF